Interview met Frans Krassenburg

"Mart Smeets vertelde in het programma Wintertijd ooit, dat hij zijn eerste seksuele ervaring had opgedaan op het nummer "That Day" en laat ik nou toevallig de zanger van dit nummer zijn geweest. Hij heeft dus op mijn stem zijn hoogtepunt bereikt."

Dit vertelt de 64-jarige Frans Krassenburg. Hij was de eerste zanger van de Golden Earrings, van eind 1962 tot september 1967. Zijn stem was bepalend voor toenmalige hits als: "Please Go", "That Day", "Daddy Buy Me A Girl", "In My House", "Don't Run To Far" en "Sound Of The Screaming Day". Alle nummers zijn top 10 hits geweest. In 1967 volgde zanger Barry Hay hem op en de Golden Earrings werden Golden Earring. Ik ontmoet Frans ruim 40 jaar na zijn vertrek bij de Golden Earrings bij hem thuis en stel hem vragen die hij destijds misschien niet had kunnen of willen beantwoorden.

Wat is je mooiste herinnering aan het succes in de zestiger jaren?

"In de beginjaren verbleven wij in de Circus Residentie van Boltini te Soesterberg. Je zag elkaar het hele jaar dagelijks en op een gegeven moment word je elkaar spuugzat. We kochten eieren en hielden dagelijks eiergevechten, je zag er niet uit, de eierstruif zat in je haren en droop over je lichaam. We sliepen in een grote tent, gewéldig! We speelden voor niks in het restaurant, als tegenprestatie mochten we gratis op het terrein van Boltini verblijven, waar we ook repeteerden. 's Avonds volgden dan de eiergevechten, we vonden het fantastisch... Het had allemaal te maken met wat stoom afblazen. De bezetting in die tijd was: George Kooymans, Rinus Gerritsen, Jaap Eggermont, Peter de Ronde en ik. We hadden net "Please Go" uitgebracht en Willem van Kooten (Joost de Draaier) belde ons op: "Jongens, jullie zijn binnengekomen in de Top 40!" De eieren werden weer van stal gehaald, feest!"

"Wat ik me ook nog goed kan herinneren is het feit dat we van Polydor naar de PYE studio's in Londen mochten, maar dan wel op de boot, geld voor een vliegtuig was er niet. Het weer onderweg was bar en boos en George en ik zijn op een verschrikkelijke manier zeeziek geweest. We hingen met zijn tweeën over de railing over te geven. Maar dit alles was snel vergeten toen we de volgende dag met onze instrumenten de studio binnen kwamen en uiteindelijk de beste plaat ooit hebben gemaakt: "That Day". De derde single "If You Leave Me" (1966) is ook in Engeland opgenomen. Die opname maakten we na een ontzettend heftig weekend: vrijdagavond spelen, zaterdagavond spelen, zondagmiddag spelen, zondagavond ook nog spelen en maandag naar Engeland om de single op te nemen. Het is voor een zanger een vrij hoog nummer en ik had geen stem meer, enfin, we zitten in een pub met een van de Engelse producers en die hoort aan mijn stem dat ik geen woord meer kan uitbrengen. Hij zegt: "Ik zal jou een drankje geven." Nou dronken wij geen van allen alcohol, maar hij gaf mij Wodka Peppermint, het was nog lekker ook. "Ik heb die plaat de volgende dag gezongen, alsof ik drie maanden niet had gezongen, het was niet te geloven. Ik heb het daarna nooit meer gedronken, maar het is het beste drankje ooit als je geen stem meer hebt." “Tijdens de opname waren ook The Rolling Stones in de studio aanwezig, erg leuk om Mick Jagger als je buurman te hebben. Je had in die tijd van die echte artiesten pubs zoals Speak Easy, dat waren tenten met ruimtes in het gebouw waar verschillende bands optraden. Daar heb ik Danny Lane gezien en gesproken, die later in de groep Wings (Paul McCartney) heeft gezeten. Danny Lane was trouwens de eerste zanger van de Moody Bleus. Geweldige tijd!"

Wat is je vervelendste herinnering aan de zestiger jaren?

"Wat ik als onprettig heb ervaren is dat we zoveel speelden en daardoor mijn stem op de een of andere manier toch niet goed gebruikte. In een later stadium heb ik van de moeder van Bojoura (Haagse zangeres, ontdekt door George Kooymans), mevrouw Melzen Sonnema zangles gekregen, toen ging het een stuk beter met mijn stem. Maar ik heb altijd de doodschrik in mijn lichaam gehad als er weer een optreden was. Ik was het front van de band en moest natuurlijk altijd goed bij stem zijn. Angst, angst en nog eens angst, dat was ook een van de redenen om te stoppen met de Earrings. Ik denk dat zeker George, Rinus maar ook Jaap Eggermont - Peter de Ronde was al uit de band- een andere muzikale richting op wilden. En dat was een richting die niet zo geschikt was voor mij, plus het feit dat ik in die tijd een héél verlegen jongetje was. Niet iedereen zal dat gezien hebben, maar zo voelde ik het wel. Bij iedere beweging die ik op het podium maakte dacht ik dat mensen mij uitlachten, zo onzeker was ik. Ik was niet, zoals Barry, een podiumbeest. Die onzekerheid voelden de jongens natuurlijk ook en ik paste niet meer in de groei die zij voor ogen hadden. Het is allemaal zonder problemen opgelost. We zijn na een optreden naar het huis van Freddy Haaien (de twee jaar geleden overleden manager van de Earrings, red.) gegaan en daar werd mij gezegd: "We stoppen met jou." Ik begreep het wel, heb mijn optredens verder afgemaakt en Barry is in een gespreid bedje gekomen. Die onzekerheid heb ik nu van mij afgezet, ik heb in de jaren geleerd er mee om te gaan. Nu denk ik: ik heb in 2005 op Parkpop gestaan voor zo'n 350.000 mensen en het interesseert me niks meer. Begrijp je Joop, ik denk nu gewoon: ga daar zelf maar staan, probeer het maar!"

Wat is een onwaarheid over jou geschreven in die tijd?

“Er is ooit, of dat beschreven is weet ik niet, gezegd dat ik homofiel was. Lange bakkebaarden, extreme kleding, waarschijnlijk allemaal uitingen die niet als normaal werden gezien. Ik ben zo hetero als de pest. Ik zei dan altijd: "Stuur je dochter maar!" Dan kreeg je als commentaar: "Dan ben je zeker van twee kanten." Er waren in die tijd niet zoveel roddelbladen, er moest toch iets te roddelen zijn.”

Op wie was je heimelijk verliefd?

"Ha, ha, ha, dat hoef ik jou natuurlijk niet te vertellen, je bent zelf artiest geweest en weet hoe het eraan toe gaat. Ik was al jong getrouwd, ik was het buitenbeentje van de band, ik moest trouwen. Mijn toenmalige vriendin was in verwachting van mij en die laat je natuurlijk niet alleen. Inmiddels ben ik alweer 20 jaar van haar gescheiden. Heimelijk verliefd? In eerste instantie kan je niet verliefd worden als je in zo'n bekende beatgroep zit. Al zou je een verhouding op touw willen zetten, dan kon dat niet omdat je daar helemaal geen tijd voor had. Laten we het daarom maar houden op one-night-stands en dat waren er heel wat."

Met welke artiesten uit de jaren '60 heb je nog contact?

"Uiteraard met de jongens van de Golden Earrings. Ik ga wel eens naar een concert en na afloop naar de kleedkamer en dan is het ouwe jongens krentebrood. Met Rudy Bennet (Motions) heb ik nog contact. Ik had veel contact met Willem Bieler (zanger Q65, red.) maar hij is helaas overleden in 2005. Bij een bezoek aan de huisarts kreeg hij in de wachtkamer een hartstilstand, een luguber einde van je leven. Mariska Veres (Shocking Blue) was een hele goeie vriendin van mij en mijn vrouw, wij kwamen geregeld bij haar thuis, helaas is die óók overleden. Met Theo van Es van Shoes heb ik nu nog contact, maar Theo vecht tegen een zware ziekte. Zo zie je dat van de Haagse zangersscene, alleen nog maar Johnny Lion, Rudy Bennet en Theo van Es in leven zijn, de rest is al overleden. De contacten worden langzaam minder."

Terugkijkend op de jaren '60: wat zou je anders hebben gedaan?

"Ik ben heel blij dat de muziek in mijn leven is gekomen, want daardoor heb ik een geweldig afwisselend en avontuurlijk leven gehad. Ik heb een administratieve opleiding gevolgd, heb voor onderwijzer geleerd. Ik had misschien wel voor de klas gestaan of voor een grote instelling gewerkt, wat ik later wel gedaan heb. Maar ik had zonder de muziek een gewoon, "burgerlijk" bestaan gehad. Het artiestenleven brengt zoveel meer, het is gewoon geweldig. Je ontmoet bijzonder interessante mensen, die je in het "normale" leven nooit zal ontmoeten."

Wat ben je na je artiestenleven gaan doen?

"Na mijn Golden Earrings-tijd ben ik bij Paul Acket van North Sea Jazz Festival gaan werken. Ik heb van 1967 tot 1972 bij Acket gewerkt. Ik begeleidde de artiesten naar de optredens, verzorgde de hotelreserveringen en het in de watten leggen van de artiesten. Ik zal je een paar namen noemen die ik van dichtbij heb meegemaakt: Ella Fitzgerald. We zaten samen achter in de auto, waarbij ik mijn hoofd op haar boezem legde en zij met haar handen door mijn haren streek. We zongen samen Beatles liedjes. Man man, als ik eraan terugdenk krijg ik er nog kippenvel van. Maar ook Ike en Tina Turner, ik heb dat allemaal van dichtbij meegemaakt. Melanie van Beautiful people, met haar toenmalige man, die zo jaloers was dat hij haar helemaal bespioneerde en geen seconde alleen liet. Hij bekeek mij in eerste instantie wantrouwend, maar kreeg al gauw door dat ik echt alleen maar voor de begeleiding was. Met bijna alle Engelse groepen uit die tijd heb ik vele jaren contact en briefwisselingen gehad. De bassist van de Kinks, Pete Quaife, daar schreef ik regelmatig mee.

"Ik heb wat met de heren meegemaakt. De zanger van the Sweet, Brian Connolly - helaas ook overleden- moest ik vlak voor een optreden uit de bioscoop halen, waar hij zat te vrijen met een beeldschoon meisje. Andy Scott heb ik een paar jaar geleden met de nieuwe Sweet ontmoet en al die oude herinneringen de revue laten passeren, gewéldig! En The Beach Boys. We reden met twee Mercedessen naar Schiphol. Ik mocht zo naar het platvorm doorrijden om ze op te halen. Ze komen naar buiten, zien twee Mercedessen staan en verdomden het om in de Mercedes te stappen. Ze wilden voor ieder van de band een limousine. Ga dat maar eens regelen, heb ik gedaan! Hou maar op, als ik er aan denk word ik weer gek!"

"Met Keith Moon die al in 1978 overleed en de drummer was van The Who heb ik ook het een en ander meegemaakt. Hij leed aan ADHD en was grootverbruiker van verschillende soorten drugs. Als Keith in een hotelkamer kwam, werd als eerste altijd de wastafel van de muur gerukt en door het raam naar buiten gegooid. Je begrijpt dat die kamer er na zijn bezoek niet meer up-to-date uitzag, maar alles werd netjes door het management vergoed. Zo'n drummer hebben ze trouwens nooit meer gehad en dan bedoel ik in beide vormen. Bij het artiestenleven behoren nu eenmaal uitersten."

"Ik ben met Fleetwood Mac op tournee geweest. We zaten met z'n allen in de auto, Peter Green (zang), Jeremy Spencer (gitaar), John McVie (bas) en Mick Fleetwood. Ik moest reizen van Groningen naar Maastricht, van Maastricht naar Duitsland, van Duitsland naar…, ga zo maar door, binnen een bestek van een paar dagen was ik helemaal op. John McVie zit achter mij en ziet dat ik er helemaal doorheen zit en gaat mijn rug masseren, heerlijk en ontspannend was dat. Hij zegt: "Dit hou jij niet vol, ik zal jou wat geven!" Geven....? Ik heb in mijn leven nog nooit drugs gebruikt, zal ik ook nooit gebruiken! Hij geeft mij een pilletje, waarschijnlijk amfetamine of weet ik veel wat, ik ben 48 uur hyperactief geweest."

"Ze noemen trouwens Mick Fleetwood 'De man met de houten ballen'. Dat komt omdat hij tijdens de optredens een riem tussen zijn benen heeft hangen met twee houten ballen eraan. Vraag me niet waarom, maar als je goed oplet en je ziet een DVD van Fleetwood Mac, dan zie je hem achter de drums zitten met die twee houten ballen die aan z'n riem bengelen."

"Jimi Hendrix heb ik ook persoonlijk begeleid, geweldig aardige kerel. Hij had een optreden in Rotterdam en ik moest ervoor zorgen dat alles op rolletjes liep. Het zal zo'n drie kwartier voor het optreden zijn geweest dat Jimi ineens zoek was, grote paniek! Iemand had hem met een meisje zien weggaan die ergens in Rotterdam woonde. Ik pakte de auto en reed als een gek naar het adres waar hij aanwezig was. Ik zweer het je, ik kom de slaapkamer binnen, pak hem in z'n nekvel, sleur hem van het bed af en zeg: "He man, the performance!" Als een mak schaap volgde hij me naar de auto, om even later een spetterend concert te geven. Gewéldig!"

"Janis Joplin was een mannengek en ze had ze voor het uitzoeken. Bij een van haar optredens was de jonge fotograaf Claude van Heide aanwezig, die toen nog leerling was van Nico van der Stam, dé popfotograaf in die tijd. Wat Claude met haar gedaan heeft weet ik niet, maar ze viel als een blok voor hem. Ik moet hem nog maar eens bellen en vragen hoe dat is afgelopen."

"Na de periode bij Paul Acket ben ik voor mezelf gaan werken. Ik heb zeven jaar een koffieshop gehad: Sandy's koffieshop in winkelcentrum De Boogaard in Rijswijk. Ik had mijn evenementenbureau en natuurlijk mijn band: De Frans Krassenburgband waarmee ik 19 jaar door het land heb gereisd. Een aantal jaren geleden ben ik daarmee gestopt en ben ik bij een andere band gaan zingen, met de geweldige naam: De Knappe Mannen en Diva's. Ik zing daar met twee jonge zangeressen, beetje soul, funk, twee blazers, keyboard. Ik heb ook nog mijn artiestenbureau Frans Krassenburg Amusement. Nog steeds ben ik getrouwd met het artiestenvak en zou het voor geen goud willen missen!"