Interview met Hans Visser, gitarist van The Fab


Introductie:

Ik ben erg blij om iemand gevonden te hebben van de Rotterdamse band the Fab.

Ze hebben een van de (internationaal) meest gezochte Nederbeat singles gemaakt en het is daarnaast een band waar weinig over bekend is. Genoeg redenen om al een tijd geleden op speurtocht te gaan naar een bandlid om het verhaal van the Fab boven tafel te krijgen. Gelukkig meldt zich via mijn gastenboek de gitarist, Hans Visser.

Hans welkom, als eerste de vraag of je je er van bewust bent dat jullie single een must is onder Nederbeatverzamelaars over de hele wereld. Ook de echte Them fans zoeken jullie single omdat in hun optiek I only give you everything een waardige cover is van de helden.

Nee, geen idee van gehad! Ik heb ooit een exemplaar gehad van die single, maar waar die gebleven is, weet niemand. De single is in een vloek en een zucht opgenomen, op een avond in een kerk in Delft. Dat stelde heel weinig voor, er werden twee of drie microfoons neergezet en gaan met die banaan. Je hoort ook een vreselijke (of is dit juist leuk) galm op de opname. maar het is leuk dat hij zo gewild is, waar al die exemplaren gebleven zijn is mij een raadsel, misschien dat de manager van destijds, Martin Green (Groen) er nog een aantal heeft.


Allereerst een raadsel uit de wereld helpen, ik kom ook wel eens de naam Marius Visser tegen als gitarist van de Fab. Hoe zit dat nou?

Tja, dat gaat erg ver terug, het is meer een vete tussen mijn vader en mijn moeder, ik ben de jongste thuis en heb dus nog twee oudere broers, mijn moeder wilde dolgraag een dochter en dan zou ik Johanna genoemd worden, dan wordt het verhaal een beetje vaag, want als het weer een jongetje zou zijn dan zou ik naar mijn vader genaamd worden, n.l. Marius, maar mijn moeder had daar andere ideeën over, als het weer een jongen zou zijn, dan moet het maar Johannes (dus Hans) worden.

Het werd dus weer een jongen en mijn vader was, met een paar neuten op al naar het stadhuis en heeft mij daar ingeschreven als Marius en ik lag dus al bij mijn moeder aan de borst en die wist niet beter, dan dat ik Hans heette en dat is altijd zo gebleven.

Toen ik eenmaal een jaar of tien was vond ik Hans toch een leukere naam en vanaf toen kende iedereen mij als Hans Visser. Veel later vond ik dat toch wel vreemd en heb met veel moeite geprobeerd om mijzelf weer Marius te laten noemen, maar dat is tot op de dag van vandaag nog steeds niet gelukt. Daarbij kwam nog dat er veel meer rond lopen met de naam Hans Visser. Dus Marius Visser als fotograaf vond ik toch een betere naam.

Kun je iets vertellen over de omstandigheden waarin jullie opgegroeid zijn. Hoe komt het dat jij en je broer zo muzikaal ontwikkeld zijn? Heeft dat ook iets met jullie ouders te maken?

Ja, dat heeft er wel mee te maken, wij hebben altijd een piano in huis gehad. Onze moeder heeft veel gezongen, mandoline en piano gespeeld. Vader was wat minder,maar kon wel goed mondharmonica spelen en op verjaardagen werd er altijd gezongen en muziek gemaakt. Wij hebben nog een oudere broer, die goed piano kan spelen en dat nog steeds doet, alleen zit zijn interesse wel in de Jazz-hoek. Gerard en ik hebben allebei pianoles gehad, maar zijn daar niet echt goed in geworden, rond mijn twaalfde jaar wilde ik een gitaar en gitaarles, dat was het begin van onze muzikale carrière.


Zijn Gerard en jij de oprichters van de Fab en hoe kwam de band tot stand, hoe ontwikkelde zich dat. Hoe kwamen jullie aan de muziekkeuze, wat waren jullie idolen?

Rond mijn veertiende jaar, na een paar jaar gitaarles, is de basis gelegd in mijn eerste groepje, met Shadows-achtige muziek, maar meer dan hard oefenen en zo nu en dan eens een keertje op een schoolfeestje spelen, is het niet gekomen.

Op de Kapperschool ontmoette ik twee jongens, die ook muziek maakten en daar is het eigenlijk mee begonnen, we gingen toen gelijk een ander soort muziek spelen, Zombies en Kinks en toen hadden we dus een zanger nodig, daar is mijn broer Gerard in beeld gekomen. Er zijn toen redelijk snel wat mutaties geweest, totdat we een goed stel muzikanten hadden, die er ook aardig uitzagen (Niet onbelangrijk natuurlijk) De bezetting was toen: Gerard Visser- Zang, Hans Visser -gitaar, Arie Hordijk - gitaar, Gerard Strötbaum- bas en Richard van Aalst- drums. De vader van Arie Hordijk zat in het verenigings-en buurthuiswerk op Katendrecht en daardoor hadden we elke week een optreden in een of ander buurthuis/jeugdhonk en we hadden gelijk een mooie repetitieruimte. De muziekkeuze werd door Gerard en mij verzorgd, dat bestond uit, Them, Manfred Mann, Kinks, Rolling Stones, Pretty Things, Hollies, eigenlijk veel van de Britse Beatscene. We werden toen al snel " wereldberoemd" in Rotterdam en traden elk weekend wel een of twee keer op, met veel succes. Er zijn toen wel weer wat mutaties geweest, de drummer werd Sjef Siemons en de gitarist werd een toetsenist t.w. Hans (Okkie) Huysdens (Ex Mega's).


Hoe was de Rotterdamse scene in de jaren van het bestaan van de Fab (kun je aangeven van wanneer tot wanneer de band bestaan heeft?) Hadden jullie concurrenten? Waar traden jullie op?

The Fab heeft eigenlijk niet erg lang bestaan, van medio 1964 tot eind 1969, maar was wel stormachtig. In het begin speelden we voornamelijk in de bij jongeren bekende gelegenheden zoals " De Spes" op de Dordtsestraatweg en "de Grot" op de Doklaan, ook in veel buurthuizen Zoals "Piet Hein "en "De Zevensprong". Onze grootste concurrenten waren "The Roadrunners Sect", daarnaast had je in mindere mate "Group 65", Just Us, Never Mind, De Mega's en Next. Op een gegeven moment ontmoetten we Martin Green, een DJ van Radio Caroline, die was nogal gecharmeerd van onze muziek en wilde wel het management op zich nemen. Hij heeft ons toen aangesloten bij bekende Artiestenburo's van Jan Vis en Jacques Senf, waardoor we meer door heel het land gingen optreden. Daardoor werden we ook al snel bekend buiten Rotterdam, met name in de Haagse scene, wat beslist niet meeviel, want je had daar toen al wat aardige groepjes, zoals de Earring, Q65, The Incrowd, Sandy Coast en Groep 1850.We speelden vaak met die Groepen in de Club 192, op de boulevard van Scheveningen (van Jacques Senf) en de Maraton (ook wel bekend als de Rolschaatsbaan).

Het verhaal gaat dat jullie een fanclub hadden van wel 1000 man. Waarom waren jullie zo populair, kun je wat meer vertellen over deze fanclub?

Martin Green kwam met het idee om een Fanclub op te richten, want we hadden een hele schare fans die ons overal volgden en dat bleek een succes. We hadden al snel een ledenbestand van zo'n duizend vrouw en iets minder man. We hadden toen elke maand een vaste fan-avond in Zaal Tivoli in Schiedam, die elke keer weer bomvol zat. Martin kreeg toen het idee om zo nu en dan een gast-beatgroep uit te nodigen waar wij dus samen mee gingen spelen, dat bleek een nog groter succes, we hebben zodoende gespeeld met o.a.: The Outsiders, The Sandy Coast, Q65, The Roadrunners Sect en later ook nog Engelse groepen zoals Amen Corner en The Scorpions.


Hebben jullie nooit echte interesse gehad van platenmaatschappijen? Deden jullie wel eens mee aan talentenjachten?

Ja, hoor, we zijn eens gespot door een talentenjager van Phonogram en hebben toen ook een demo mogen maken, maar daar is het ook bij gebleven. Talentenjachten hebben we nooit aan meegedaan, vonden we geloof ik een beetje beneden onze stand!

Hoe kwam de single tot stand? Hoeveel exemplaren geperst? Waar opgenomen/welke omstandigheden? Werden die verkocht alleen tijdens optredens of stond die ook in platenzaak te Rotterdam? Trouwens het label Kythera kom ik nergens anders in platenland tegen, weet jij wat dit was / betekent?

Ook dit was een project van Martin Green, die had een of ander platenmaatschappijtje genaamd Kythera, die dus singles in eigen beheer opnam. Wij moesten ons 's avonds melden in een kerk in Delft en daar weren in èèn take en met drie of vier microfoons de twee nummers opgenomen. Ik weet nog wel dat de "Technici " met wat band-opnameapparatuur buiten in een busje de opnamen gemaakt hebben. Er ontstond een enorme galm in die kerk en dat is ook wel terug te horen op het singletje. We stonden binnen een vloek en een zucht weer buiten en dat was het dus. We lieten 500 stuks persen en die werden verkocht op de Fan-avonden en Martin heeft ze ook proberen te slijten in Rotterdamse platenzaken. Het Kythera platen label zegt mij ook niets meer, ik weet ook niet hoe Martin eraan is gekomen, het zal wel een kennisje van Martin Green zijn geweest!


Op de website staat een verhaal over jouw gitaar die vernield zou zijn tijdens een optreden met The Hollies, hoe zit dat in elkaar? (Verhaal op de site is weggehaald nu ik Hans zijn verhaal heb kunnen optekenen, red.)

Het enige echte verhaal zal ik nu vertellen, we speelden dat weekend als voorprogramma bij de eerste Hollandse tour van The Hollies in Nederland, we hadden dat te danken aan theaterbureau "Jan Vis" die The Hollies naar Nederland had gehaald. We speelden de tweede avond ergens in Den Haag of vlak in de buurt, in een of andere veilinghal, wij hadden onze "Gig" gedaan, toen Graham Nash (van de latere Crosby, Stills, Nash & Young) en dus niet Tony Hicks, naar mij toe kwam of hij mijn gitaar (een WELSON holle elektrische gitaar) mocht lenen,omdat de zijne kapot was! Ik zag daar geen bezwaar in, dus zo gedaan. Van hun optreden heb ik weinig meegekregen omdat wij onze apparatuur snel moesten opruimen en in de auto laden. Op een gegeven moment waren The Hollies ook al aan het inpakken en in hun bus verdwenen. Toen merkte ik dat ik mijn gitaar nog niet terug had, dus als een haas naar Graham Nash gegaan en gevraagd waar mijn gitaar was. Die hadden ze al doodleuk ingepakt in hun bus, maar goed, die heb ik toen teruggekregen. Toen ik even later mijn gitaarkoffer openmaakte, merkte ik dat Graham Nash de plug dwars door de zijwand had geslagen, dus die werkte niet meer. Ik zat toen met een gat van tien centimeter. Met de hulp van Hans Saris van "Saris Musical Instruments" hebben we dat kunnen maken met een aluminium inzetstuk, maar het mooie was eraf. Ik had toen gelijk een mooi excuus om de felbegeerde Gretch "Chet Atkins " te kopen. Dit verhaal heeft nog een leuk staartje: Toen Patricia Paay in Londen haar LP "Beam of Light"opnam, liep zij daar Allan Clark en Graham Nash tegen het lijf en vertelde hun dit verhaal. Zij wilden toen met alle plezier Patricia een andere gitaar meegeven, maar dat vond zij toen, jammer genoeg voor mij, niet nodig. En een nog vreemdere situatie deed zich voor toen ik laatst een DVD van The Hollies, genaamd The Dutch Collection, aan het afspelen was en daar drie zwart-wit opnames zag van dat optreden in die hal, waar Graham Nash dus op Die WELSON Gitaar van mij aan het spelen was, inclusief kromme plug. Dus de bewijzen heb ik, al met al een vreemde samenloop van omstandigheden.


Wat kun je vertellen over de muzikale ontwikkelingen voor jezelf maar vooral van je omgeving na de sixties? Ik meen dat je broer Gerard, het e.e.a. heeft meegemaakt, na die tijd.

Door wat interne geschillen en steeds maar weer wisselende muzikanten, hebben we er toen een punt achter gezet. Gerard had toen Patricia leren kennen op een Oudejaarsfeestje waar Gerard, Okkie Huysdens en ik waren uitgenodigd, door de vriendin van Okkie Huysdens, t.w. Trudy Schell, (de latere zangeres in "Champagne") met de bedoeling dat Gerard of ik misschien wel kennis konden maken met Patricia. Het werd dus Gerard, want die twee waren gelijk gek op elkaar. De ouders van Patricia vonden dat helemaal niets, maar ja, liefde is niet te stoppen. Gerard en Patricia zijn getrouwd en Gerard is toen een eigen herenkapperszaak begonnen, waar ik ook een poosje gewerkt heb, omdat Gerard de meeste tijd met Patricia op pad was naar optredens in het land. We hebben er toen ook nog wel over gesproken om met Patricia een nieuwe band te beginnen en dat is ook gebeurd, alleen zonder mij, maar dat lag meer aan mijzelf, want ik had er geen zin meer in, en tijd meer voor. "Heart" was de naam van de groep en Gerard was daarin bassist, Okkie Huysdens toetsenist en Patricia zangeres, plus nog twee andere muzikanten, Ton op 't Hoff en Mac Sell. Er zijn toen verschillende platen opgenomen met wisselend succes. Ik heb toen nog wel eens meegespeeld en wat ook gefotografeerd (Ik was toen al werkzaam als fotograaf). Uiteindelijk is Patricia toch weer als solozangeres doorgegaan met Gerard als tijdelijke manager. Onze toetsenist Okkie Huysdens heeft toen "Limousine" opgericht, waarmee hij nog een aardig hitje had, t.w. "Seventy-Five" en ook nog een LP heeft opgenomen. Daarna heeft hij nog met de onlangs overleden Pim Koopman "The President" opgericht en een paar platen en een LP gemaakt. Dus ik ben toen wel nog een hele tijd in die muziek-scene blijven hangen zonder er zelf actief aan mee te doen. Gerard is na een aantal jaren gescheiden van Patricia en is toen van alles gaan doen, over de wereld gezworven met een zeilboot, als DJ werkzaam geweest en actief geweest in de perspexhandel en, is nu huisvader met een hard werkende vrouw. Gerard heeft nog wel een poosje gespeeld in een Jazz kwartet, maar dat was meer voor de Fun. En Martin Green heeft nog jaren gedraaid met onze vergunning om muziekfeesten te organiseren in Schiedam.


Wat ben je gaan doen als maatschappelijke carrière? Doe je nog iets met muziek überhaupt?

Na dameskapper ben ik een poosje herenkapper geweest, daarna een paar jaar beroepsfotograaf en uiteindelijk terecht gekomen bij de ING Bank, waar ik 30 jaar gewerkt heb. In die 30 jaar heb ik 3 keer een overval meegemaakt waarbij ik met een pistool bedreigd ben. Op mijn 57e jaar mocht ik, mede daardoor, met vervroegd pensioen en dat is nu al weer 5 jaar geleden. Ik ben kort na mijn pensionering verhuisd vanuit het hectische Rotterdam naar een heerlijk rustig dorp in de provincie Drenthe, in de buurt van Grolloo, dus in goed gezelschap van Harry Muskee.(Cuby & the Blizzards) Ik heb nu weer alle tijd voor mijn oude hobby's en interesses, zoals muziek en fotograferen. Ik heb nog wel een paar mooie gitaren staan, waar ik nog wel eens op speel, maar daar blijft het ook wel bij.