"The Kwyet"

Met 'No Time For Tears' kreeg de Delftse beat-band The Kwyet in 1966 een legendarische status. Na een heruitgave van de single en een reünie-optreden geeft de band in Verderop een nieuwjaarsconcert. Muzikaal brein Cees Vlottes: "We hebben geen pepernoot verdiend in die tijd".

The Kwyet wint de finale van het beat-concours in de Kethelstraat

"De fundering van clubhuis De Haven in de Kethelstraat heeft het afgelopen zaterdagavond zwaar te verduren gekregen. Dat kwam op de eerste plaats door het oorverdovende geweld van een aantal beat-bandjes, die meespeelden in de finale van een wedstrijd voor Delftse beat-groepen. Op de tweede plaats kwam het echter door het geweld van een groot aantal jeugdige Delftenaren, die massaal aan het 'shaken' sloegen".

Afgaande op de verslaggever van een lokale krant moet het een dolle boel zijn geweest in de begintijd van de Delftse pophistorie. Wat hij precies onder 'shaken' verstond is niet helemaal duidelijk, waarschijnlijk 'swingen'. Veel gewend was men ook niet. Rond 1965 had de popgeschiedenis weliswaar al een aanvang genomen, maar het was vooral de 'suikerbeat' die de toon zette, met zoetgevooisde groepen als The Fortunes, The Tremeloes en The Searchers.

"Ik was een heel eigenwijze klootzak", zegt Henk van Gemerden, eigenaar van platenzaak Crazy Diamond, 'coach' van The Kwyet. Hij wijst op zijn lange haar en vertelt dat hij dat toen ook al had. "Wanneer je in die tijd in het zwembad zat, dan luisterde je op je transistorradio naar Radio Luxemburg. Wat ons erg aansprak was 'My Generation' van The Who. Dat is een rebels nummer".

De opnieuw uitgebrachte single

Bands als The Who en The Kinks waren typische beat-bands. Vergeleken met The Beatles was hun muziek een stuk rauwer. The Rolling Stones zaten weer meer in de hoek van de blues. "Beat heeft een strak ritme", vertelt Kwyet-gitarist Vlottes. "Het gaat rechttoe, rechtaan. Het is echte dansmuziek die je live moet spelen. Het kwam vooral voort uit arbeidersmilieu's, maar in de muziek werd geen politieke boodschap uitgedragen".

Naar Engels voorbeeld werden ook in Delft beat-bands opgericht. The Kwyet kwam aan het einde van 1965 voort uit T.M. and his Rables. Naast gitarist Cees Vlottes bestond de band uit zanger Tom Middelkoop, zijn broer Frans Middelkoop die bas speelde en drummer Toni Righarts, die later vervangen werd door Roland Nieuwpoort. Het was een echte tienerband. Geen van de leden was ouder dan achttien jaar. "Mijn eerste gitaar heb ik zelf in elkaar gezet en verdiend met een krantenwijk", aldus Vlottes. "En we hadden een 'opgevoerde' radio als versterker".

Het duurde niet lang of The Kwyet verwierf zich een enorme populariteit in Delft en omstreken. Op het repertoire stonden eigen nummers en covers van The Who, The Kinks en The Pretty Things. De band had een fanclub die bijna iedere week dansavonden organiseerde, vooral op zondagmiddag. Bij gebrek aan poppodia werd er opgetreden in parochiehuisjes, verenigingsgebouwen en trouwzalen achter café's.

Het hoogtepunt in het bestaan van de band was het beruchte Beat-in-the-Kethelstreet-concours op 16 april 1966, een soort talentenjacht in clubhuis De Haven, verspreid over drie dagen, waaraan tal van lokale bandjes meededen. Vlottes; "Het was stampend vol. Overal hingen mensen uit de ramen. Ons optreden had een geweldige uitstraling op het publiek. Er zat magie in de zaal. Het was een chemische reactie". En wie kwam er als beste uit de bus? Jawel, The Kwyet!

De hoofdprijs van het concours was dat de winnende groep een single mocht maken. Zo kwam 'No Time For Tears' tot stand. De plaat schijnt onder bizar slechte omstandigheden te zijn opgenomen. Van Gemerden, fan van het eerste uur; "De band zat eerst in een kerk, maar die galmde teveel. Daarom is er uitgeweken naar het ONO-gebouw aan de Archipellaan. De drummer zat achter de gordijnen, want anders zou hij alles overstemmen".

'No Time For Tears' heeft een typische beat-sound met een psychedelische ondertoon, die eerder afkomstig lijkt uit Engeland dan uit Delft. 'No time for tears', luidt het simpele refrein, 'I got to have music in my ears'. Een duidelijke boodschap die ook bij het publiek overkwam. De single, die werd uitgebracht door witgoedwinkel Hees & Co in de Choorstraat, had een oplage van vijfhonderd stuks, waarvan er de eerste dag al tweehonderd over de toonbank gingen.

Gitarist Vlottes vertelt:

Verder dan dit wapenfeit heeft The Kwyet het nooit gebracht. Wat had kunnen uitgroeien tot een tweede Golden Earring werd ras in de kiem gesmoord. Na de plaat viel de band uiteen. Vlottes. Er moest een tweede single komen, maar we hadden geen goede manager. Het ging dus als een nachtkaars uit.

Dat neemt niet weg dat de single tot op de dag van vandaag zeer gewild is. Volgens Van Gemerden staat hij in de top-tien van de Nederbeat-platen. Voor een perfect exemplaar trekt een Japanse verzamelaar zo vijfhonderd gulden uit zijn zak - en lacht er dan ook nog bij. "Twee jaar geleden was ik op een platenbeurs in Milaan. Een jongen van een jaar of zestien met een koptelefoon op zong de plaat van begin tot eind mee. De single was helemaal grijs gedraaid. Toch had hij er honderd vijftig gulden voor over".

Dat bracht Van Gemerden op het idee om de single opnieuw uit te brengen. Daarvoor had hij toestemming nodig van Vlottes, die het nummer had geschreven. "Ik verklaar je voor gek", was diens reactie. Toen Van Gemerden vervolgens Tom Middelkoop tegen het lijf liep, besloten ze na een belronde dat The Kwyet een reünie-optreden ging verzorgen, in een nieuwe samenstelling met Hans de Koning als drummer en Joop Vavier als basgitarist. Ook de single werd opnieuw geperst. De oplage van vierhonderd stuks is inmiddels uitverkocht.

De reacties waren dermate gunstig dat het niet bij een eenmalig optreden zou blijven. Vlottes, die altijd in bands heeft gezeten, is voor een nieuwjaars-reunie-concert in zijn muziekverleden gaan spitten. The Kwyet komt met nummers van The Who, waaronder een stuk van de rockopera 'Tommy', en twee eigen composities. "Tijdens het reŁnie-optreden stond voor het podium een hele horde meiden die onze dochters hadden kunnen zijn. Jonge mensen zijn vaak jaloers op ons, omdat we zo'n interessante periode hebben meegemaakt".