Interview met Jan van Rhee, zanger van Insect

Welkom Jan van Rhee. Persoonlijk is het voor mij top je hier aan mijn keukentafel te ontvangen.

De Insect single behoort tot de zeldzaamste 10 plaatjes van Nederlandse bands en het verbaasde me dat er al jaren gespeculeerd wordt wie erachter zaten, maar dat dit anno 2012 nog steeds niet bekend is. Dit in tegenstelling tot de andere bands die ik ken, waar het meeste nu wel van boven water is. Zeker sinds internet een grote vlucht heeft genomen, is dit alles een stuk makkelijker. Maar nu weer even terug naar het verhaal achter deze "witte handschoenen plaat" :-)

Afijn, alle raadsels van de band Insect kunnen nu ontsluierd worden, nogmaals welkom.

Stel de band nog eens voor, uitgaande van de fotohoes?

Links is ondergetekende, zang, dan Ed Faber drums, Rob van Dijk, verreweg de jongste want hier was hij 15, slaggitaar, Nico Leunk basgitaar en helemaal rechts Ton Meuleman sologitaar. Wat ook wel grappig is om te vermelden, is dat ik door de band in aanraking kwam met de zus van Ed, en dat is uiteindelijk mijn vrouw geworden... en dat is ze nog steeds. Overigens ben ik in de loop van de jaren iedereen blijven zien, zij het sporadisch. Het is jammer dat het plakboek wat ik toendertijd namens de band bijhield al lang geleden bij een verhuizing verdwenen is. Daar bewaarden we alles in van foto’s, krantenknipsels, stukjes uit de muziek express waar de single in gepromoot werd tot zelfs een lijst waar we optraden en wat we er betaald kregen. Overigens was dat betalen toendertijd echt zeer matig.

Waar ben je opgegroeid en wat voor een buurt was dat?

Eigenlijk komt de hele band uit Amsterdam-Oost. Je had in die tijd best wel veel bandjes die buurtgerelateerd waren, want Amsterdam was een grote stad.

Hoe kwam de band tot stand?

Het allereerste begin moet ergens in 1964 geweest zijn, in die tijd zat ik op de Handelsavondschool, waar ik in de klas zat met Tonnie Meuleman. Hij wilde een band beginnen en was bevriend met Ed, maar ja, dan ben je nog maar met zijn tweeën. Aangezien ik op school wel eens gezongen had, lag het al snel voor de hand dat ik zou gaan zingen. De eerste schreden lagen ergens in een achterkamertje, je kunt je er misschien wel wat bij voorstellen. Overigens denk ik dat de muzikale interesse bij mij iets eerder ontloken was. Ik zat namelijk voor ik naar de Handelsschool ging op de Van Deventer MULO samen in de eerste en tweede klas met Ronnie Splinter en Wally Tax. Ik kwam ook over de vloer bij Wally aan de Laagte Kadijk. Ronnie speelde volgens mij toen nog geen gitaar en heeft zijn eerste akkoorden geleerd van Wally. Hij was talentvol en de rest mag ik geschiedenis noemen. Afijn, we hadden een groepje van 5 of 6 jongens die soms na schooltijd luisterden en praatten over muziek, van huiswerk kwam geloof ik niet zoveel. Na de tweede klas ging Wally van school af, van Ronnie weet ik dat niet meer.

Maar verder over het ontstaan. Op diezelfde handelsavondschool kwamen we ook Nico Leunk tegen die basgitaar speelde. Dan moesten we er alleen nog een 2e gitarist bij hebben. Gebruikelijk in die tijd was een formatie van 4 of 5 man met een slag en een sologitarist, zo ook wij dus. Toen kwam Rob er nog bij, overigens een achterneef van mij, die toen nog niet erg goed kon spelen, maar zich met een behoorlijke dosis talent in drie maanden wist klaar te stomen.

Wat was jullie muzikale insteek als band?

Net zoals denk ik bijna alle bands begonnen wij met coveren. Geen covers van Nederlandse bands, dat deed je niet. Maar wel nummers van the Kinks etc. Als uitzondering coverden we wel enkele nummers van de Outsiders zoals Touch omdat mijn stem, net zoals Wally, een wat lage intonatie had. Overigens was Wally wel beter. Van lieverlee zijn we overgestapt naar eigen werk en gingen we zelf schrijven, de single bijvoorbeeld is van de hand van mij (tekst) en Tonnie (muziek). Uit Italië kwam prima beatmuziek waar wij een eigen schwung aan gaven. Dat paste ook goed in ons repetoire. Door die input en onze eigen noeste arbeid hadden we al snel een vrij groot en kwalitatief goed eigen repertoire. In ieder geval werd er afgerekend met het begrip Rock'n Roll wat vreselijk uit was, die term hoorde je ook niet meer, dat kwam pas later, ik geloof mid-jaren 70 weer terug. Beat sloeg de klok! Je had natuurlijk in die tijd in Amsterdam wel tientallen bands. Maar niet iedereen oefende zo gedisciplineerd als wij, we wilden echt goed worden.

Was er nog een diepere beweegreden om eigen muziek te gaan schrijven, iets maatschappelijks geëngageerds?

Nee hoor, muziek was onze vorm om ons te uiten, het leven eromheen, een passie, feesten en meiden. Maar er zat zoals vrijwel alle bandjes uit die tijd geen maatschappelijk leed in. Als ik terugkijk naar die tijd dan is dat wel een beeld van de jaren 60. Er is natuurlijk vooral vanaf laatste gedeelte jaren 60 een beweging in de maatschappij ontstaan en vooral onder de jeugd. Wij zaten er middenin maar daar was je je niet specifiek van bewust.


We hebben nu de band, hoe liep de route verder?

We hadden de visie dat we eerst echt wat neer wilden zetten met een behoorlijk aantal nummers. Had er toen al een hekel aan kijkend naar een band dat de setlist gewoon twee maal gespeeld werd. We hebben ook een manager gezocht want je had iemand uit het wereldje nodig om je aan optredens te helpen. Ik zal maar zeggen, "Een kenner van het circuit". Het begon allemaal met Beat-group "The Five" op 8 januari 1966. Een paar maanden later veranderde die naam in "IQ 144". In het muziekweekblad HITWEEK van 22 april 1966 kwam de band in beeld doordat een groep Haagse artistieke jongeren beweerden dat zij de enigen waren die de naam "IQ 144" mochten dragen. We hadden redelijk veel optredens en we hadden zelfs een bescheiden fanclub die gestart was door de zus van Nico Leunk samen met een vriendin.

Hoe kwamen jullie aan een platencontract en hoe ging de plaatopname?

Na een optreden werden we benaderd door Peter J. Muller, de maker van Muziek Express, en een bekende in de muziekscene van die dagen, zeker in Amsterdam. Hij gaf aan er wel brood in te zien en contacten te hebben om een platencontract te krijgen. Hij had ook een Bureau Popservice, die naam kom je overigens ook tegen op het label. We zijn toen bij hem thuis geweest, ik meen op de Peperstraat. Echt een hele aardige vent met veel connecties. Twee keer met elkaar gesproken en ik weet nog wel toen we de tweede keer weggingen dat we tegen elkaar zeiden, daar horen we noooooit meer iets van. Maar enkele weken erna was er dan toch een platencontract. Dat was dezelfde tijd dat de naam van de band veranderd werd in Inn-Sect. Destijds waren er veel bandjes met ergens Sect in de naam. In oktober hebben we de single opgenomen in een Haagse studio. We hadden ëën werkdag de tijd om twee eigen composities opgenomen te krijgen. Ik zeg specifiek werkdag want het studiopersoneel werkte natuurlijk netjes van 9 tot 5 toentertijd. Uiteindelijk waren we zo lang bezig met "Pitch me out" om het top erop te krijgen dat we de b-kant "Be good and go" in drie kwartier eruit geramd hebben. Maar een b-kant was destijds vulling, de a-kant die moest verkopen. Hier komt trouwens ook de link met Ad Visser vandaan. Hij was een bekende van Peter Muller en was de opnameleider en nam vandaar de productie voor zijn rekening. Hij had er best wel kijk op en kwam met nuttige tips. Nou dan heb je meteen een vraag beantwoord want al jaren vragen de verzamelaars af of de labelinfo "Producton At Visser" inhoudt dat onze Ad Visser erbij betrokken was. Overigens gaf Ad aan dat we onze naam simpel moesten houden vandaaruit is voor de plaat de bandnaam gewijzigd in Insect.

Van de single zijn er, meen ik, 1000 geperst. Uiteraard gingen er wat exemplaren naar Veronica en andere omroepen. De rest ging naar een tiental platenzaken in Amsterdam en omgeving.


Was je content met de single?

Eigenlijk kwam het een jaar te vroeg, want we bestonden niet zolang en ik vind dat we een jaar later wel een factor 4 beter speelden. Maar het kwam op ons pad en het was natuurlijk een redelijke sensatie voor ons om een echte plaat te mogen opnemen. Die werd dan ook met alle handen aangepakt. Na de single gingen het aantal optredens fors omhoog. We namen toen ook een nieuwe manager, Ben Verhulsdonk, hij pakte de zaken professioneler aan en was voor ons de goede man op het juiste tijdstip. Hadden we voor die tijd een keer of vijfentwintig opgetreden, daarna waren we ieder weekend onderweg en ook wel eens doordeweeks. We speelden veel in een circuit van studentenclubs, sociëteiten zoals dat deftig heet. Maar ook NV Dingetje in Veenendaal, Beatclub Zero in de Felix Meritis, Amsterdam, Dancing Friesland in Sneek, Dancing De Gonk in Zaandam, Ahoy in Schiedam en tal van andere locaties. Meestal speelde je voor 150 tot 200 man maar we hebben ook gespeeld in de Oude Veilinghallen in Aalsmeer voor 1500 man. Voor zoveel mensen, die allemaal los gingen, was echt kicken. Ik was ook als zanger wel prominent aanwezig. Ad Visser had me ook e.e.a. aan tips meegegeven, zoals bijvoorbeeld je niet verschuilen of ophijsen aan de microfoonstandaard. Ik deed als frontman dan ook mijn best contact te maken met het publiek. We kregen wel leuke recensies op de single, de mooiste was "een enorme Phil Spector-sound en een Bo Diddley gitaar-sound. Goed om in de verzameling te hebben." Daar moesten we als beatband wel om glimlachen.

Kun je ons nog wat wijzer maken m.b.t. de fotohoes die ik persoonlijk zou willen inlijsten als zijnde een van de mooiste fotohoesjes van Nederlandse bands.

Een relatie van Peter J. Muller was de toen al bekende fotograaf Wim van der Linden. Hij was bijvoorbeeld de maker van de bekende motorfoto van Jan Cremer. Peter had hem als klus de opdracht gegeven om voor ons de fotohoes te maken. Omdat Wim toen al beroemd was waren wij er trots op dat hij hem ging maken. De foto is gemaakt in het Oosterpark in Amsterdam Oost en hij woonde daar schuin tegenover. Toen we bezig waren om de foto te maken kwam er ineens een jongetje aan lopen die midden tussen ons in ging staan en brutaal zijn tong uitstak. Dat vond Wim mooi en hij riep meteen "Die gaan we gebruiken!"

Ergens in 2008 werd ik gebeld door een kennis die zei dat er een tentoonstelling was over het werk van Wim van der Linden (red: overleden 2001). Die kennis vertelde mij dat hij daar onze hoesfoto had gezien. Ik ben toen naar het stadsarchief gegaan waar die tentoonstelling was. Het ging om foto’s die Wim had gemaakt in de jaren 50 en 60 over Amsterdam. Deze tentoonstelling werd gehouden naar aanleiding van een boek dat werd uitgebracht over deze Amsterdamse periode van Wim. Daar hing ook onze foto met de tekst "onbekende jongens bij het Oosterpark". Men kon kennelijk geen link vinden tussen die foto, Peter Muller en onze hoesfoto. Wel apart om zo een stukje van jezelf van vroeger weer tegen te komen. Wat wel gaaf was dat in de etalage, heel groot roterend, wat foto's van Wim voorbij kwamen Ook onze foto stond heel groot in de etalage. Wat wel leuk is te vertellen dat hij ook een fotohoes heeft gemaakt voor de Outsiders (red: tweede single Outsiders - Felt like I wanted to cry). Is niet zo vreemd want die tweede single is uitgegeven op het Muziek Expres label van, jawel, Peter Muller. (Overigens herkent Jan als de Outsiders singles langskomen in de eerste single "You mistreat me", een foto gemaakt door zijn vriend George Lodewijks gemaakt in het Vondelpark red.)

Hoe kwam de band tot een einde?

Begin '68 moest ik in dienst, evenals Ton Meuleman. Omdat we naast bandleden ook echte vrienden waren was de flow er wel uit. Ze hebben het nog even geprobeerd met een andere drummer en zonder aparte zanger, dat heeft niet lang geduurd, hoogstens enkele maanden. Ik had overigens geen enkel idee dat Insect de verzamelaars in beweging bracht. Pas een jaar of twee geleden googlede ik op de bandnaam en viel achterover toen ik ontdekte dat er twee verzamel-lp's bestonden getiteld Beatexpress 2 en 13 die specifiek over Amsterdamse groepen gaan...en daar kwam ik onszelf tegen. Via internet meteen in Amerika besteld en ontvangen. Was wel even een heel leuk moment! Bij iedere band stond een beschrijving maar bij ons stond vrijwel niks.

Het is pas toen jij contact met me opnam dat ik hoorde dat de single zo’n specifiek verzamelitem was. Ik heb hem zelf overigens wel ergens liggen maar zonder fotohoes. Met de kennis van nu zou ik er best tien op de plank willen hebben liggen :-)